Psalmen meditatief
PDF Afdrukken E-mailadres

Psalm 27

Gij, Kracht van Licht
Gij, Kracht van leven
Gij, Kracht van bescherming
voor wie of wat zou ik bang zijn?
het negatieve dat mij belaagt
gaat aan zichzelf ten onder

al legert zich een leger aan boze krachten tegen mij
mijn hart geeft zich niet prijs aan angst
al stelt zich een schare van vernietigende krachten tegen mij op
mijn vertrouwen zal het niet opgeven

één ding vraag en zoek ik:
wonen in de ruimte van God
en iets van Zijn liefelijkheid te ervaren
en daarnaar te speuren

als het kwade mij belaagt
bergt Gij mij in uw hut
onzichtbaar spant Gij uw tent over mij
Gij plaatst mij als op rotssteen
geeft mij vaste grond onder de voeten
tilt mij uit boven wie mij belagen

dankbaarheid wil ik tonen
en daarvan zingen

als ik uitschreeuw wat in mij is
dan hoop ik op Uw genade
op antwoord
In mijn hart klinkt het verlangen dat zegt:
zoek Mij, en ik zoek
verberg U niet,
wijs mij niet af
verlaat mij niet

al werd ik eens door vader en moeder verlaten
in Uw ruimte ben ik altijd welkom
mag ik bestaan

leer mij dan Uw weg
breng mij op een pad dat begaanbaar is

geef mij niet prijs aan wie tegenover mij staan
zij die vals spreken
en geweld blazen

o hart in mij
blijf sterk
houdt vast aan het goede,
blijf vol hoop,
en dapper,
durf te blijven verwachten


Tekst uit de Nieuwe BijbelVertaling:
“Van David. De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn? 2 Kwaadwilligen kwamen op mij af om mij levend te verslinden, mijn vijanden belaagden mij, maar zij struikelden, zij vielen. 3 Al trok een leger tegen mij op, mijn hart zou onbevreesd zijn, al woedde er een oorlog tegen mij, nog zou ik mij veilig weten. 4 Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel. 5 Hij laat mij schuilen onder zijn dak op de dag van het kwaad, hij verbergt mij veilig in zijn tent, hij tilt mij hoog op een rots. 6 Daarom heft zich mijn hoofd fier boven de vijanden rondom mij, ik wil offers brengen in zijn tent, hem juichend offers brengen, ik wil zingen en spelen voor de HEER. 7 ¶ Hoor mij, HEER, als ik tot u roep, wees genadig en antwoord mij. 8 Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, 9 verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. U bent mij altijd tot hulp geweest, verstoot mij niet, verlaat mij niet, God, mijn behoud. 10 Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan. 11 Wijs mij uw weg, HEER, leid mij op een effen pad, bescherm mij tegen mijn vijanden, 12 lever mij niet uit aan mijn belagers. Valse getuigen staan tegen mij op en dreigen met geweld. 13 Mag ik niet verwachten de goedheid van de HEER te zien in het land van de levenden? 14 Wacht op de HEER, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de HEER.”

 
«StartVorige12345VolgendeEinde»

Pagina 2 van 5