Onze spiritualiteit
De wijze vrouw Afdrukken E-mailadres

Waarom is het Christendom geen wijze vrouw geworden? Die vraag kwam ik tegen in een boekje van Maria de Groot. De vraag intrigeerde mij. Waarom? Dat wist ik niet. Wat kan er met die vraag bedoeld zijn? Ik wist het niet. Maar toen ik daar een tijd mee rondliep ontstond er gaandeweg een verhaal over de weg die ik in de afgelopen jaren ben gegaan. Een ontdekkingsreis in geestelijk leven.









Past wijsheid bij het beeld van de kerk?

Bij wijsheid denk ik iets van wijsheid door ervaring, aan levenswijsheid, iets van hoofd én hart. Het is een vorm van wijsheid die we ook tegenkomen in bijbelboeken als Spreuken en Prediker en in de Psalmen.
Is de kerk gekenmerkt door levenswijsheid? Is de kerk daarop uit? Zoeken mensen de kerk omdat ze denken: daar is misschien wel levenswijsheid te vinden? Is dat het beeld van de kerk? Ik betwijfel dat.

De meest bijzondere tekst in de bijbel die spreekt over de wijsheid die Gods schepping vormde komen we tegen in het boek Spreuken. Een wijsheid die blij is met alle mensen, blij met de hele schepping. Deze wijsheid zien we terug in Jezus. Hij belichaamde Gods ruimte voor álle mensen. Hij vond vreugde in de schepping en hield mensen de levenslessen van de vogels en de lelies voor. Hij was net zoals die wijsheid uit de Spreuken de lieveling van God. Jezus sprak levenswijsheid uit, nooit leerstelligheid. Is in de kerk die typisch joods gekleurde levenswijsheid van Jezus niet te veel overvleugeld door de veronderstelde léér van Jezus?

Zowel de rooms-katholieke kerk als de protestantse kerk leert of leerde aan de hand van een catechismus. De kerk als een verlengstuk van de school die over een soort hemelse kennis beschikte om aan haar kinderen te leren.

Past vrouwelijk bij het beeld van de kerk?

Mannelijk en vrouwelijk zijn twee kwaliteiten die samen de mens maken. Ieder mens heeft van beiden iets. Meestal hebben vrouwen iets meer van de vrouwelijke kwaliteit, mannen iets meer van de mannelijke. Samen geeft het de dynamiek van leven. Het mannelijk is meer naar buiten gericht, verovert, analyseert, en brengt scheiding aan. Het vrouwelijke is meer naar binnen gericht, zoekt verbondenheid, brengt samen.
Het beeld dat ik van de kerk heb meegekregen draagt vooral mannelijke trekken. De kerk die verovert om daarmee het woord van Jezus te volgen uit Matheus: maakt alle volken tot mijn discipelen. Maar de wereld verandert, de kerk verandert en ik verander zelf. Meestal heb je dat nauwelijks bewust in de gaten, maar als je dan over iets langere tijd terugkijkt dan kan dat soms in verwondering zijn. Verwondering over een stukje levensweg. Zo vergaat het mij ook. In verwondering kijk ik terug.

De weg van verandering

Een nieuw begin ligt voor mij in het jaar van de overgang van de grote Vredeskerk naar de kleine Vredeskerk. In gedachte gaan we ruim vier jaar terug, Pinksteren 2005.
Bij de bezinning op de overgang van de grote kerk naar de kleine kerk troost mij o.a. de uitspraak van  Calvijn: Ecclesia reformata sed semper reformanda. De kerk is weliswaar hervormd, maar moet steeds opnieuw hervormd worden. Je kunt ook zeggen: de kerk is weliswaar gereformeerd, maar moet steeds opnieuw gereformeerd worden. Ik kwam in dat verband ook een bijzondere uitspraak tegen:
Een plaats die niet verandert wordt onbewoonbaar voor mensen die wel veranderen.

De ladder naar de hemel

Ik dat jaar van overgang maakte ik kennis met het gedachtengoed van de Benediktijner monnik Anselm Grün. Het bepaalt me o.a. bij de lessen van de zgn. ‘woestijnvaders’ uit de tijd van de vroege kerk. Langzamerhand gaat er een nieuwe wereld voor me open.
Ik lees over het beeld van de zgn. Jacobsladder. In het boek Genesis lezen we over Jacob die, onderweg slapend op een steen onder de sterrenhemel, droomt over een ladder naar de hemel in.  Engelen gaan op en neer. De plek noemt hij na deze ervaring Beth-El, ‘huis van God’. Een huis van God in al haar eenvoud onder de open hemel met het hoofd op een steen.
Benedictus van Nursia, de grondlegger van de Benedictijner orde zegt dat de mens die wil opklimmen naar God ( de ladder van Jacob) moet afdalen in zijn eigen werkelijkheid. Zo legt hij de woorden van Jezus uit: ‘Wie zich vernedert zal verheven worden’.
Isaak van Ninevé ziet ook de Jacobsladder als beeld voor het opklimmen tot God door af te dalen:
‘Probeer door te dringen tot de schatkamer in je binnenste, dan zul je ook de hemelse zien. Als je er binnengaat, zul je ze allebei zien. De ladder naar het rijk der hemelen is verborgen in je eigen ziel. Duik onder in jezelf, weg van de zonde, want daar zul je de trap vinden om naar boven te klimmen’.
We moeten net als Jezus eerst afdalen in onze menselijkheid voordat we samen met hem mogen opstijgen naar God.

Grün laat zien hoe de zgn. woestijnvaders geen theologen waren, maar eerder mensenkenners die door velen werden geraadpleegd. Bij hen geen veroordeling ‘van boven’ maar oog durven hebben óók voor de schaduwkanten in jezelf.
(Niet: Je mag als keurige gelovige niet boos worden, maar: kijk waarom je boosheid voelt, voel de kracht die daarin schuilt, sta stil bij de bron van alle levenskracht (en van jouw boosheid) en je zult ontdekken dat jouw boosheid zich keert tegen alles dat jou het geschenk van leven van God wil ontnemen. Richt je boze pijlen echter niet op de ander, maar voel je eigen levenskracht en laat je die niet ontnemen door ander. Dan wordt een probleem tot een kans: groei in eigen kracht).
Het accent bij de woestijnvaders ligt meer op de geestelijke en psychische begeleiding dan op vergeving van zonden.
Voor mij was dat nieuw, maar tegelijkertijd begon er ook een nieuwe leerschool. Want zo gemakkelijk is dat niet. Maar ik voel wel dat het belangrijk is en nieuwe wegen kan openen, ook in de kerk.

Het Keltische Christendom

Een nieuwe wereld gaat er ook voor mij open wanneer ik iets lees over de zgn. Keltische spiritualiteit in m.n. Ierland. Het Keltische Christendom is ontstaan in isolement, vermoedelijk rechtstreeks beïnvloed vanuit vroeg oosterse kerken. Verbondenheid met de natuur werd er heel sterk beleefd. Op de bijzondere hoogkruisen zien we raven, duiven, winterkoninkjes, kikkers, leeuwen, herten, katten, schapen en slangen.
Heel sterk is de verbondenheid met de wereld van God, van Jezus, van Maria en de heilige Brigit. Er is slechts een dunne sluier tussen de aardse wereld en de hemelse. Intens was men zich bewust van alle duistere krachten in de wereld, máár de goddelijke aanwezigheid en bescherming was sterker. Daarbij probeerde de Keltische kerk, zo las ik, eigenlijk niet Christus te bréngen maar Hem te ontdekken. De mens is van nature ‘open naar boven’ en ervoor bestemd om vriendschap met God te hebben.
Anselm Grün sluit daarbij aan als hij schrijft over de zgn. scheppingsspiritualiteit die andere accenten legt dan het verlossingsspiritualiteit. De schepping als eerste geschenk van God aan de mensen. God omarmt ons in de schepping.
In de schepping ervaren we God. Dát kenmerkt volgens Grün ook de Benediktijnse spiritualiteit: een behoedzame omgang met de dingen.

Naar een ander geloofsverstaan

Het positieve geloofsdenken over de schepping  klonk wel mooi, maar was mij ook verdacht. Ik ben groot geworden met een zgn. verlossingsspiritualiteit, waarin de verzoening centraal staat. De mens kan mooi wórden, aangeraakt door Gods Heilige Geest, maar van nature is de mens zondig en onbekwaam tot enig goed. Al die mooie gedachten over de schepping, over de natuur en over de mens zelf die ik steeds meer tegenkwam inspireerden mij. Maar ik bleef een vaag gevoel houden dat ik een beetje zat te shoppen in de marges van de kerk van alle eeuwen.
Heel bijzonder vond ik het om te ontdekken dat ook  het geloven van de Oosterse Orthodoxie dezelfde accenten lijkt te hebben. Voor mij komt er een geloofsverstaan aan het licht die wereldwijd en van de vroegste kerk af aan heeft bestaan.
(Wij zitten al eeuwenlang opgesloten in één weg van geloven alsof er niet meerdere wegen van Christelijk geloven zijn die ons bij God kunnen brengen. Een soort tunnelvisie.)

Ik lees met de instemming van mijn hart:
- De mens is in essentie goed, beeld en gelijkenis van God. Ook na de zondeval en verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs blijft Gods beeld, overwoekerd en verwrongen door de zonde, in de mens aanwezig.
- Een mens kan groeien naar God toe vanuit een diepere zelfkennis.
- Geloof kan alleen voortkomen uit de vrije wil. Hoewel wij allemaal hetzelfde geloof belijden, hebben we toch ook allemaal in zekere zin onze eigen persoonlijke opvatting. Iedereen volgt zijn eigen weg, en  iedereen kan de Schrift lezen op de wijze die bij hem/haar  past. De persoonlijke scheppende kracht is in ieder mens aanwezig, maar werkt verschillend uit
- Christus heeft het rijk van het duister overwonnen en opent ons een weg naar het licht die we in vrijheid kunnen gaan
- God blijft voor ons een ondoorgrondelijk geheim, leerstelligheid brengt ons niet verder.
- de plaats van de wijsheid (en van het geloof) is niet het hoofd, maar het hart dat verbonden is met alles dat leeft en met God zelf
- De mens is medeschepper naast de Schepper. Het economische leven mag geen strijdtoneel zijn van egoïstisch streven naar bezit, maar is een samenwerking tussen God en mens, waarin we de schoonheid van de schepping eren en respecteren

Over de kerk lees ik:
- de kerk opent zijn deuren voor iedereen die haar zoekt.
- niet het aantal telt, maar de innerlijke verdieping
- de priester moet niemand proberen te bekeren, maar gewoon wachten en God vragen dat Hij zelf mensen tot hun diepste wezen brengt
- de kerk is eerder ontvangkamer, dan gericht op grootse zendingsactiviteit
- het past de kerk niet haar gezag aan anderen op te leggen

Deze uitspraken hebben voor mij de kleur van een wijze vrouw.
De ontdekkingsreis in geestelijk leven doet mij de bijbel met andere ogen lezen. Maar de bijbel blijft de bron van Christelijk geloven die nooit opgesloten mag worden in één bepaalde kerkelijke traditie.

De toekomst

Niemand kent de weg naar morgen.
Niemand weet hoe de toekomst zal zij.
In hoop en vertrouwen gaan we verder.
In het vertrouwen dat al gaande de weg wordt gebaand met psalm 121:
De Heer houdt de wacht over je gaan en je komen, van nu aan tot in eeuwigheid.

ds. Johan H. Maat


Terug naar Onze Spiritualiteit

 
«StartVorige111213VolgendeEinde»

Pagina 12 van 13